De opleiding


 

Leren en werken

De hbo Master Advanced Nursing Practice (MANP) leidt op tot VS. Het is een duale opleiding dat wil zeggen een combinatie van leren en werken. De opleiding start ieder jaar in september en duurt twee jaar (24 maanden).

 

Negen hogescholen

In ons land bieden negen hogescholen de opleiding tot VS aan voor de vijf specialismen. Op de website van iedere hogeschool staat informatie over het onderwijsprogramma, toelatingscriteria, aanmeldingsprocedure, kosten en subsidieregeling voor werkgevers.

  

Inholland, HanzehogeschoolHogeschool Arnhem Nijmegen (HAN), Saxion HogeschoolZuyd HogeschoolFontys, Hogeschool Utrecht (HU), Hogeschool Leiden en Hogeschool Rotterdam.

 

Huisartsenzorg
Fontys kent een instroomvariant voor de huisartsenzorg. Binnen de leerlijn klinisch handelen zijn onderwijsonderdelen ontwikkeld gericht op het diagnosticeren en behandelen van klachten die vaak voorkomen in de huisartsenpraktijk. De andere hogescholen bieden een algemeen onderwijsprogramma aan. Ook dit programma leidt op tot VS in de huisartsenpraktijk.

 

GGZ

De negen hogescholen leiden in twee jaar op voor het specialisme GGZ. De Opleidingsinstelling GGZ-VS biedt een opleiding van drie jaar aan. In het overzicht staat het verschil tussen de twee en de driejarige variant.

 

Zelf zoeken
Een VS in opleiding moet zelf een opleidingsplaats zoeken voor minimaal 32 uur per week. In de huisartsenzorg zijn nauwelijks vacatures voor VS'en in opleiding. Dit betekent dat geïnteresseerden zelf aan de slag moeten. Bellen of schrijven naar huisartsen of huisartsenposten is een goede manier. Huisartsen die op zoek zijn naar een kandidaat kunnen een vacature plaatsen in het regionale dagblad of in het eigen netwerk kijken.

 

Voorwaarden opleidingspraktijk
Een huisarts die een VS wil opleiden moet zorgen dat:

  • de VS een leerarbeidsovereenkomst krijgt voor 32 uur per week in de praktijk voor twee jaar;
  • de VS een eigen spreekkamer krijgt om patiënten te kunnen behandelen;
  • de VS toegang heeft tot het huisartseninformatiesysteem;
  • zij tijd kan investeren in het opleiden;
  • zij een collega heeft met wie het opleiderschap gedeeld kan worden;
  • zij deel neemt aan bijeenkomsten die de hogeschool organiseert.

Een huisarts die wil opleiden hoeft geen huisartsopleider te zijn. Enthousiasme en tijd zijn voldoende. Veel hogescholen bieden opleiders een trainingsprogramma aan.